Wegzinken

Andreas zonk weg in zijn donkerbruine clubfauteuil. Het leer vertoonde sleetse plekken van voorbije generaties. Zijn vader en opa rookten pijp in deze stoel; ze bereikten beiden de gezegende leeftijd van negentig jaar.

Andreas dronk en rookte niet. Elke dag bezocht hij de sportschool. Zijn gespierde lijf was een lust voor het oog. Mannen waren jaloers op hem, vrouwen lonkten verlangend. Voor hem was er maar één vrouw: zijn Maria.

Op een dag vond ze hem, weggezakt in zijn fauteuil. Op vierenveertigjarige leeftijd blies hij zijn laatste adem uit. Maria weende en de stoel weende met haar mee.

 

21-02-2020

De opvolger

 

Ze liepen zwijgend door de akker. Aan hun laarzen kleefde zompige klei. De aardappelen waren gerooid. De lucht kleurde langzaam rood. Bij de sloot hielden ze stil en staken ze een sigaret op.

De zoon doorbrak de stilte: ‘Pa, ik kan het niet.’

‘Natuurlijk kun je het, jongen.’

‘Ik wíl het ook niet.’

‘Maar hoe moet het verder, als ik geen opvolger heb?’

‘Ik weet het niet.’

Ze liepen terug. De boerenkool met worst dampte op tafel. Zonder woorden vulden ze hun maag. De zoon keek naar zijn vader, onder het lamplicht leken de groeven in zijn gezicht dieper.

 

17-02-2020

 

Koppensnellen

Het is vrijdagmorgen, tijd voor het wekelijkse dictee. Juf Els geniet van dit moment, slechts het geluid van krassende pennen is hoorbaar.

Schrijf maar op: ‘De gasten genieten van overheerlijke moorkoppen.’ Ze hakt de zin in stukjes, de leerlingen schrijven mee.

‘Als jullie met zijn vijfentwintigen minder dan 100 fouten maken, trakteer ik,’ belooft ze.

Bij Corné is het puntje van zijn tong zichtbaar. De vorige keer haalde hij het gemiddelde flink naar beneden.

Juf Els loopt bij hem langs en leest: “oferheerluke roomkopen” ‘Stop,’ roept ze. ‘Corné ontdekte een fout, geen moorkoppen, maar roomkoppen.’

Hij straalt. ‘Trakteren, juf.’

 

04-02-2020

Verjaardagsfeest

Een voor een komen ze binnen met cadeaus. Vrolijke stemmen klinken, zoenen en omhelzingen volgen. Later in de kamer richten ogen zich strak op mobiele telefoons. Af en toe klinkt een lach van een kind dat een YouTubefilmpje bekijkt.

De gastvrouw ziet met lede ogen aan hoe haar gasten achteloos de met zorg bereide hapjes verorberen. Als zij voor de tweede keer moet vragen wat mensen willen drinken, knapt er iets. Ze verlaat de kamer. Niemand mist haar.

Plots een kakofonie van pinggeluiden. Een app van de jarige: ‘Fijne voortzetting nog van mijn feest. Ruimen jullie straks alles op?’

 

 

03-02-2020

De soldaat en de aalmoezenier

Van zijn bravoure is weinig over als hij tegenover me zit. Ik probeer hem op zijn gemak te stellen: ‘Je kunt me alles vertellen. Het blijft tussen ons.’

Zijn handen verfrommelen een brief.

‘Van je vrouw?’ vraag ik.

Hij knikt. ‘Het valt voor haar vast niet mee zo lang alleen te zijn met een baby.’

Hij beweegt onrustig. ‘Het is geen schande om te erkennen dat je heimwee hebt.’

‘Dat is het niet. Ik schaam me tegenover haar en mijn kind.’

Hij kijkt me recht aan: ‘Ik ben verliefd op Michielse.’ S

amen zwijgen we minutenlang.

‘Jongen toch,’ zeg ik.

 

06-01-2020

 

De veteraan en de aalmoezenier

 

Hij steekt meteen van wal: ‘Het is zo ver gekomen dat ik mijn eigen kinderen sla. De herrie die ze maken is onverdraaglijk.’

‘Hoe voelt dit voor je?’ vraag ik.

‘Wat is dát nu voor een vraag? Zeg me liever hoe ik ze stil krijg.’ Zijn gezicht loopt rood aan. ‘Ben ik even vijf maanden in Afghanistan en mijn vrouw laat het volledig uit de hand lopen.’ ‘Denk je veel aan dáár?’ vraag ik.

‘Ze bekogelden me met steentjes, kinderen van nog geen zes jaar oud.’

‘Ze wisten niet wat ze deden,’ zeg ik.

‘Ik, lafaard, gooide stenen terug.

 

’07-01-2020

 

Juun

Één keer per jaar kwam tante Johanna op bezoek. Het was een lange reis vanuit Zeeuws-Vlaanderen naar ons dorp. Ze bracht altijd een zelfgebakken brood met rozijnen mee. Tante was een struise vrouw, haar zwarte rok ruiste en haar gouden oorbellen glommen. Als ze praatte leek het alsof ze zong: ‘Je bent alweer groter geworden, eej.’

Mijn moeder zette steevast ‘peeën mee juun’* op tafel als zij er was.

Afgelopen dinsdag kwam het telefoontje van neef Jacobus: ‘Tante Johanna is niet meer onder ons.’

‘Wat verdrietig, eej,’ sprak mijn moeder.

Uren later geurde de keuken tevergeefs naar juun.

 

*hutspot’

 

 

04-01-2020

Vuurwerk

‘Waarom schreeuw je tegen me?’

‘Ik schreeuw niet,’ bijt hij haar toe.

De klok slaat twaalf uur. Buiten barst het vuurwerk los, de lucht kleurt geel-rood-groen. ‘Anderen wensen elkaar een gelukkig nieuwjaar,’ zegt zij.

‘Die houden de schijn op,’ zegt hij.

De deur naar de gang gaat open. In haar witte nachtpon kijkt een meisje haar ouders met grote ogen aan. ‘Ik kan niet slapen.’

Zij neemt het rillende kind in haar armen. Hij kijkt toe. Vlak voor het huis klinkt een kanonslag.

Het meisje krimpt ineen. ‘Papa, ik ben bang. Kom bij me.’

Hij staat op.

 

03-01-020