De wens

Boven me vliegt een adelaar: koning van de lucht, heerser van de hemel. Met uitgestrekte  vleugels tast hij de wolken af. De wind voert hem naar ongekende hoogten.

Ik wenste dat ik die adelaar was: zijn moed, zijn kracht, zijn schoonheid.

Met zijn scherpe blik ziet hij de muis al vanuit de verte. Hij duikt neer en verscheurt hem met zijn grote haaksnavel. Op nog geen vijftig meter afstand van mij.

Muizen jagen me angst aan. Het kortstondige lijden van dit diertje maakt me zo droevig, dat ik me voor even verzoen met mijn lot een mens te zijn

 

© Nel Goudriaan, 17-01-2023

 

Onheil, een ultrakorte thriller

De kelderdeur staat op een kier.

©In de gang hangt een weeïge geur van zachte zeep. De zwart-wit geblokte vloer glanst als een spiegel. Aan de kapstok hangt een knaapje zonder jas.

De regen klettert tegen de ruiten, als een troep soldaten op weg naar het slagveld.

Na een druk op het lichtknopje, valt me op dat de meubels niet op hun gebruikelijke plek staan. Ik voel me een vreemde in mijn eigen huis.

Vanuit de kelder komt een zacht, klagelijk gekerm. Nog voordat ik de deur kan openen, grijpt een ijskoude hand me van achteren in de nek.

 

© Nel Goudriaan, 18-01-2023

 

 

Joop

'Moet je haar nu zien zitten op de bank in die afgedragen jurk. Ik werk me te pletter en zij jaagt mijn geld erdoorheen. Ze zou genoeg moeten kunnen overhouden om een kekke outfit te kopen.

‘Zeg, Annie, zou je je niet eens omkleden? Zo ga ik niet met je over straat.’

‘Geef me dan maar meer huishoudgeld.’ Stampvoetend gaat ze de trap op.

 

Daar staat ze. In mijn nieuwe maatpak. Het lef!

‘Voor jou ben ik voortaan Antoinette. Dat je het maar weet.’

Nog kapsones ook. Voordat ze de buitendeur dichtsmijt roep ik: ‘Je krijgt geen cent meer.’

 

© Nel Goudriaan, 10-01-2023

 

Annie

‘Annie, zou je je niet eens opdoffen? Je ziet eruit als een voddenbaal. Zo kan ik niet met je naar het feest.’ Zijn afkeurende blik snijdt als een scherp mes door haar ziel.

‘Dit is mijn mooiste jurk,’ zegt ze. ‘Van het huishoudgeld dat jij mij geeft, houd ik niets over.’

‘Geef mij maar weer de schuld; jij leeft met een gat in je hand.’

Ze verdwijnt naar de slaapkamer en trekt een van zijn vele maatkostuums aan. Glanzend grijs met een streep. Ze kamt haar haren en kneedt ze in model met zijn wax.

‘Zo goed?’ vraagt ze.

 

© Nel Goudriaan, 06-01-2023

 

Man met hond

Je kon er de klok op gelijk zetten. Elke avond om acht uur precies liep hij door de poort, zijn hond strak aangelijnd. Niemand kende hem.

In dit deel van de stad leefden de mensen binnen hun eigen muren. ‘s Morgens vroeg vertrokken ze naar hun werk en ‘s avonds keerden ze terug.

Op een van die avonden jankte de hond. Zonder ophouden. Het geluid van een wolf in doodsnood.

Af en toe verscheen een hoofd tussen de gordijnen. Tijdens het journaal gingen de volumeknoppen omhoog. De drietonige sirene hoorden ze niet. Wel de stilte daarna. Indringend en unheimisch.

 

© Nel Goudriaan, 03-01-2023