· 

Mili van Veegh Congo artikel 15

Mili van Veegh, Congo Artikel 15

Leesimpressie

 

Het overkomt me niet vaak dat ik een boek direct na eerste lezing herlees. Congo, Artikel 15 las ik twee maal: de eerste keer gretig en de tweede keer met meer oog voor details. Vanaf het eerste hoofdstuk werd ik meegezogen in de voor mij onbekende wereld in Congo. De schrijfster zet alle zintuigen op scherp.

In café Anderhalf Leven hoort Charles, de hoofdpersoon, de verhalen aan van verdwaalde zielen en geeft ze een stem door deze op te schrijven: 'Pak een blok op jongen, geef ze importantie.

Als hij vraagt aan ‘Le patron’: ‘Waarom wil je dat ik schrijf?’ antwoordt deze:

 

‘Ik heb alleen vertrouwen in het geschreven woord. Het is niet hun betekenis die beroert, maar hun volgorde. Niet hun volume, maar hun klank. Woorden zijn zielen, op zoek naar een lichaam.”

Een zin om in te lijsten.

 

Charles is wars van conventies en politiek correct taalgebruik, moet niets hebben van ‘gesubsidieerde gekwetsten’, zoals de hij de ‘bezielden’ (hulpverleners bij wie eigenbelang vooropstaat) aanduidt. In deze samenleving gaat het niet om ‘westerse verlichte ideeën naar Congo te brengen’: men doet aan ‘overleven’, het belangrijkste is Artikel 15 “red je eigen lijf.’

 

Ik verwonder me erover hoe de hoofdpersoon Charles me in zijn greep houdt: iemand die heel ver van me afstaat, maar gaandeweg onder mijn huid kruipt. Vooral in de ontroerende scene met Handicap, ‘zijn eeuwige schaduw’ (‘Handicap heeft geen woorden nodig, hij ziet en voelt, begrijpt’ p.57). Charles koopt kleding, zeep voor de stinkende, door iedereen gemeden man en ziet met mededogen toe hoe hij zich wast in de rivier.

 

De tegenstellingen zijn groot: Charles hoort verhalen die van een onvoorstelbare wreedheid en gruwelijkheid getuigen. Des te meer raakt de tedere scene waarin dorpsbewoners samen een draagberrie met een kar maken om Céleste (een hoer met een ernstige vleeswond) uit haar lijden te verlossen en naar het klooster te brengen.

 

Het taalgebruik van Mili van Veegh is zintuigelijk, genuanceerd en van een bijzondere schoonheid.  

 

 Nog meer dan in haar eerste boek Jitzak weet Mili de lezer trefzeker te raken. Ze schuwt de rauwe werkelijkheid niet, haarscherp legt ze deze bloot. Maar tegelijkertijd is het diepe mededogen dat de rauwe werkelijkheid dragelijk maakt. Een boek dat lang nazindert.