De brief

Een stapeltje brieven met een roze lint eromheen. ‘Later, als ik er niet meer ben, zijn ze voor jou,’ had zijn oma gezegd. Met bevende vingers maakt hij het lint los. Het handschrift van zijn oma met de sierlijke lusletters herkent hij uit duizenden. Op geen enkele van de brieven staat een adres vermeld, er zijn slechts namen te lezen.

Wat bezielde zijn oma brieven te schrijven zonder deze ooit te versturen?

 

Dan ziet hij een envelop met daarop de naam ‘Anna.’ Een brief voor zijn moeder. Wilde zijn oma dat hij deze las of moest hij deze brief aan zijn moeder geven? Zijn nieuwsgierigheid won het van zijn schroom en hij begon te lezen:

 

Anna,

 

Je zou jezelf eens moeten zien met die zuinige trek om je mond. De manier waarop je zenuwachtig heen en weer loopt. Je bent vandaag veertig geworden, maar je ziet eruit als een veel oudere vrouw met die donkere kleding en een rok die tot je enkels reikt. Hoe heb je het zo ver laten komen? Ooit was je jong en vrolijk. Dat was de meid waar mijn zoon verliefd op werd. Nu heb je hem meegetrokken in jouw sombere moeras. In het begin liet je hem vrij, maar later dramde je net zo lang tot hij met jou meeging naar die strenge kerk. Ik herken soms mijn eigen zoon niet meer. Waar is zijn mildheid gebleven? Hij lijkt wel een marionet van jou.

 

Je veranderde je naam Anneke in Anna. Al het speelse is eruit. Zie je niet wat je met GertJan doet? Van een blije en onbevangen kleuter wordt hij een angstige jongen die zich steeds meer terugtrekt in zijn eigen wereld. Hoe vaak heb ik je niet gezegd hem eens een compliment te geven? “Nee,’ zei je, ‘daar worden kinderen maar hoogmoedig van.’ 

Alsof een kind van een enkel schouderklopje verwaand zou worden. Wat een onzin. En hoe je dat verjaardagscadeau uitpakte … 

Je hebt geen idee hoe die jongen zich voelt, Urenlang zat hij klaar met zijn geschenk en jij nam niet eens de moeite het uit te pakken. En toen je het eindelijk deed op mijn aandringen, kon je het alleen afkraken. Want dat was het, geen enkel positief woord, geen aai over zijn bol. Ik voelde bijna letterlijk de kou om mij heen. Vreemd genoeg voel ik ook medelijden met jou. Je lijkt te zijn opgesloten in een strak harnas, zelfs je bewegingen zijn stram. Wanneer zie ik eindelijk de Anneke van vroeger terug?

Zou GertJan ooit een glimp van haar opvangen?

...

 

De brief eindigt abrupt, er is een vage blauwe inktvlek zichtbaar. Het papier is gekreukeld, alsof het ooit een prop was die belandde in de prullenbak en er daarna weer is uitgehaald.