Interview met Inanna van den Berg : Over licht dat terugkeert ondanks alles
ZONNEHARPEN
Mijn bundel Zonneharpen verschijnt 12 juni 2026.
Een verzameling van mijn gepubliceerde verhalen in diverse bundel en een aantal nieuwe verhalen. De bundel is onderverdeeld in vier thema's :
Flaptekst:
Zonneharpen zijn bundels licht die tussen bomen door breken en klinken als muziek.
In deze verhalen zoeken mensen naar hun eigen zonneharpen: naar dat moment waarop het licht terugkeert, ondanks alles. Een vrouw opent eindelijk het raam van de kamer van haar overleden dochter. Een man vlucht het bos in om te kunnen ademen. Een ander staat op een verlaten strand en herkent een stem uit het verleden.
Kleine verlossingen. Een libel die neerstrijkt. Een koolwitje dat wegvliegt. Een veldboeket klaprozen. Kieren waar het licht doorheen komt.
Verhalen over veerkracht, over hoop, over mensen die ondanks alles blijven ademen.
Uit: HET MEISJE OP DE ROTS
"Vroeg in de ochtend daalt Veerle af naar het strand over het smalle pad tussen de duinen. Onder haar voeten knisperen schelpen. De zeemist hangt laag boven het water en dempt het licht. Ze zakt neer in het koude zand en kijkt uit over de zee. Een bries steekt op, zet het water in beweging en brengt de geur van zout en zeewier met zich mee. Eerst trilt het oppervlak, dan komen de golven tot leven.
Plots valt haar oog op een rots die uit de zee steekt. Daarop zit een klein figuurtje in een felrode mantel ..."
Uit: DANS JOHANNA DANS
"Hendrik hield een paar rode pumps met hoge hakken in de lucht. De schoenen van Maartje, zijn dochter van zestien. ‘In de vaart hiermee. Voor goddeloze punten is geen plaats in mijn huis. Het is een gruwel voor de Heere.’
Als een furie stond Maartje tegenover hem. De andere vijf dochters keken gespannen toe.
‘Als jij het niet doet, doe ik het,’ zei hij en wierp de schoenen in de brede sloot achter het huis.
Eenden klapperden verschrikt met hun vleugels.
Met een klap smeet Maartje de deur dicht.
Johanna keek toe met gebogen hoofd. Tranen stroomden. Eindelijk. Na jaren ..."
Uit: TROOSTJAS
"De jas met bontvoering hangt als een warme deken om hem heen. ‘Draag hem met liefde,’ had zijn vader gezegd voordat hij stierf. Ruben wrijft met zijn handen over de ruwe stof, vol vlekken. In de zakken vinden zijn vingers oude pakjes shag. De tabaksgeur dringt diep zijn neusgaten binnen.
De snijdende wind deert hem niet. Hij kijkt niet op of om, vermijdt de blikken van de dorpsbewoners die de gordijnen openschuiven en hem misprijzend nakijken. Als hij een vrouw recht aankijkt, draait ze snel haar hoofd weg. Ruben huivert.
De begraafplaats ligt er verlaten bij. Hij is de enige bezoeker. De bloemen op het graf zijn deels verwelkt.
‘Sorry pa, dat ik niet op je begrafenis was. Ik kon het niet opbrengen. Gelukkig heb ik je nog bij leven kunnen zeggen dat ik van je hou. Het spijt me van al die jaren dat ik je in de steek heb gelaten.’ ..."
Uit: OCHTENDWANDELING
"Boven het gras hangen slierten nevel. De vogels zijn nog niet aan hun ochtendzang begonnen. Jouw beeld staat op mijn netvlies gegrift. Je ingevallen wangen, de vale kleur van je huid, je ogen zonder sprankeling.
Ik snuif de frisse ochtendlucht op. De beklemming op mijn borst houdt aan.
Een vroege jogger passeert me; een man met een hond staat stil bij een boom. Als een dagelijks ritueel. Voor hen blijft alles hetzelfde en staat de wereld niet op zijn kop.
Ik nader het bos. De ochtendmist trekt op. Bundels zonlicht priemen tussen de bomen door.
‘Dat zijn zonneharpen,’ zei jij, de laatste keer dat we hier samen liepen. Je huid glansde in het zonlicht. We luisterden naar het concert van vroege merels. We liepen naar de visvijver, waar libellen dansten op de waterspiegel. Zo fragiel, zo teer van kleur. ..."
Uit: WAT IS ER TOCH MET LOES?
"In het begin had niemand iets in de gaten. Ik was de eerste van de collega’s die iets opmerkte bij Loes. Het waren kleine veranderingen: haar stem klonk een paar tonen hoger. Op haar armen en benen verschenen lichte donshaartjes. Haar tred werd veerkrachtiger. Dat kon ook verbeelding zijn; ze deed haar werk accuraat als altijd en was vrolijk en behulpzaam.
Op een dag dronk ze melk in plaats van de gebruikelijke cappuccino. Een collega maakte er een grap over: ‘Geen cafeïne vandaag, Loes? Pas op dat je niet in slaap valt boven je laptop.’
Ze glimlachte en hield haar hoofd een beetje schuin ..."
Uit: FELINES KEUZE
"Die dag besluit Feline haar overvloed aan liefde onder te brengen in een depot bij een notaris. Te veel tijd heeft ze verspild aan mannen die alleen vragen en niets bieden. Dat moet afgelopen zijn. De notaris kijkt haar verbaasd aan. ‘Een dergelijk verzoek is nieuw voor mij. Ik weet niet of ik aan uw wens kan voldoen. Wij zijn geen bank van lening.’
‘Alstublieft, zie het als een bijzondere vorm van een derdengeldenrekening.’ Hij fronst. ‘Dat is een mogelijkheid, het risico is geheel voor u.’
De notaris vraagt vijfduizend euro als voorschot. Een flink bedrag; ze heeft het er graag voor over. ‘Ik accepteer uw voorwaarden,’ antwoordt ze ..."
Uit: DE KORMEL VAN MALDRICHEM
"Op een doodgewone dinsdagochtend, zeven maanden en drie dagen na de begrafenis van zijn moeder, liep Eli over de markt.
Zijn blote voeten raakten de kinderkopjes, hij voelde ze niet. De geur van verse stroopwafels bereikte zijn neus niet. Het geschreeuw van de visman: “Haring, verse haring!” drong niet tot hem door. Alle geluiden klonken gedempt, alsof iemand een glazen stolp over de wereld had gezet. Sinds zij er niet meer was, leefde hij in stilte ..."
Uit ONDERSTROOM:
"Er zijn plekken waar de stilte luider klinkt dan woorden.
De zee ademt zwaar vandaag. Golven rollen traag naar de kust, strelen het zand en trekken zich weer terug. Het strand is verlaten. Walter loopt vlak langs de vloedlijn; zijn blote voeten zakken bij elke stap een beetje weg. In zijn hand bungelen zijn versleten sneakers aan de samengeknoopte veters. Een oude gewoonte.
Verderop, waar een pier van basaltblokken de zee in steekt, tekent zich het silhouet af van een vrouw ..."
Uit: EILANDERS
"‘Jacob en Thomas, beloven jullie me op het eiland te blijven?’ had pa gevraagd, de dag voordat hij stierf. Zijn woorden bleven hangen in de stilte van de kamer. Pa staarde voor zich uit, alsof hij al in een andere wereld verkeerde. Nog één keer lichtten zijn ogen op. Met een ongewoon heldere stem zei hij: ‘In de la van het dressoir ligt een brief voor jullie.’
Hij hapte naar adem en kon niet verder spreken.
Het waren zijn laatste woorden. Direct daarna viel hij in een diepe slaap ..."
Uit: ZIJDEN DRAAD:
‘Wat heb je dat mooi gemaakt, jongen,’ zegt Marc schor.
‘Zie je dat, papa, ik laat de olifanten dansen.’
‘Je bent een tovenaar. Ik wilde dat ik dat kon.’
‘Jij kan het ook, hóór.’
Paul geeft de touwtjes aan Marc.
‘Gewoon op en neer bewegen, pap, dan gaan ze vanzelf dansen. Als je ze stilhoudt, gebeurt er niets.’
Marc beweegt zijn handen ritmisch heen en weer. Paul straalt. ‘Nu ben jij ook een tovenaar.’
Uit: DE LAATSTE REIS VAN MEVROUW GROEN
Niemand in het dorp kent haar voornaam. De buurtbewoners noemen haar mevrouw Groen. Met haar kwieke verschijning doet ze haar naam eer aan. Ze heeft een kordaat loopje, een gezonde roze kleur, een nog bijna rimpelloze huid en sprankelende ogen. Haar witte haren glanzen in de zon.
Ze doet haar eigen boodschappen. Fier rechtop loopt ze naar de nabijgelegen supermarkt. Ze groet de voorbijgangers vriendelijk. Haar weelderige rozentuin verzorgt ze zelf: een lust voor het oog.
Uit: WEERZIEN
Hij vult de afwasteil met heet water.
‘Zal ik afdrogen, pa?’
‘Goed, jongen,’ zegt hij, alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat ik hier in de keuken sta.
Hij gebruikt een houten borstel met groene zeep en draagt de schort die moeder altijd droeg. Ik neem de blauw geblokte theedoek van het rek en droog een bord af. Er zit een grote barst in. Ooit lag het op de stapel die alleen ‘s zondags werd gebruikt.
‘Goed dat je er bent, GertJan.’ Zijn stem klinkt vreemd schor.
Uit ARMANO:
Armano, een blinde violist uit Perzië, speelde zo wonderschoon dat iedereen die hem hoorde zijn bezigheden staakte en ging luisteren. Mensen dansten op de maat van zijn muziek en vergaten alle zorgen. Vrouwen aanbaden hem. Op een dag rukte een jaloerse echtgenoot de viool uit zijn handen en smeet deze op de grond. De violist werd bevangen door droefheid. Sinds die dag heeft hij nooit meer gespeeld.