Kurt Vonnegut – 8 regels voor het schrijven van een kort verhaal

Een paar blogs over het schrijven van korte verhalen.

ik begin met Kurt Vonnegut die in acht heldere regels samenvat waaraan een goed kort verhaal moet voldoen:

  • Use the time of a total stranger in such a way that he or she will not feel the time was wasted.
  • Give the reader at least one character he or she can root for.
  • Every character should want something, even if it is only a glass of water.
  • Every sentence must do one of two things—reveal character or advance the action.
  • Start as close to the end as possible.
  • Be a sadist. No matter how sweet and innocent your leading characters, make awful things happen to them-in order that the reader may see what they are made of.
  • Write to please just one person. If you open a window and make love to the world, so to speak, your story will get pneumonia.
  • Give your readers as much information as possible as soon as possible. To hell with suspense. Readers should have such complete understanding of what is going on, where and why, that they could finish the story themselves, should cockroaches eat the last few pages.

 

Kurt Vonneguts regels voor het schrijven van korte verhalen zijn ontworpen voor helderheid, vaart en leesbaarheid. Ze gaan uit van een wereld die begrijpelijk kan worden gemaakt: door informatie snel te geven, door personages duidelijke verlangens toe te kennen, en door de lezer in staat te stellen het verhaal zelfstandig af te maken. 

 In veel hedendaagse literatuur is de wereld niet helder en overzichtelijk, maar gelaagd en tegenstrijdig. Sociale spanningen laten zich zelden vangen in één duidelijk conflict met een aanwijsbare oorzaak. Ze sluimeren in blikken, aannames en stiltes.

Is Vonneguts nadruk op expliciete informatie voldoende voor dergelijke verhalen?

Zijn regels lijken eerder te passen bij verhalen die primair door plot worden voortgedreven.

 

  • Gebruik de tijd van een volslagen vreemde zo, dat hij of zij niet het gevoel heeft dat die tijd verspild is.
  • Geef de lezer minstens één personage met wie hij of zij kan meeleven.
  • Elk personage moet iets willen, al is het maar een glas water.
  • Elke zin moet één van twee dingen doen: óf karakter onthullen, óf de handeling vooruitbrengen.
  • Begin zo dicht mogelijk bij het einde.
  • Wees een sadist. Hoe lief en onschuldig je hoofdpersonages ook zijn, laat hun vreselijke dingen overkomen — zodat de lezer kan zien waar ze werkelijk van gemaakt zijn.
  • Schrijf om één persoon te behagen. Als je, om het zo te zeggen, een raam openzet en de liefde bedrijft met de hele wereld, dan krijgt je verhaal longontsteking.
  • Geef je lezers zo snel mogelijk zo veel mogelijk informatie. Naar de hel met spanning. Lezers moeten zo goed begrijpen wat er gebeurt, waar en waarom, dat ze het verhaal zelf zouden kunnen afmaken, als kakkerlakken de laatste paar pagina’s opeten.