Liefde in depot

Liefde in depot

 

1. Bevrijd

 

Op een dag besluit Madeleine een deel van haar voorraad liefde onder te brengen in een depot. Ze heeft te veel verspild aan behoeftige mannen; dat moet maar eens afgelopen zijn. De notaris vraagt een flink bedrag, maar dat heeft ze er graag voor over.

 Ze voelt zich bevrijd in de wetenschap dat haar overvloed aan liefde in veilige handen is.

 

Als ze op straat wordt aangesproken door mannen van het haar zo bekende type, roept ze vrolijk: ‘Vandaag niet’ en ze huppelt verder. Voor het eerst sinds tijden komt ze ’s avonds alleen thuis. Via de cateringservice laat ze een overheerlijke maaltijd bezorgen.

‘Goede keus,’ zegt de bezorger, ‘de liefde van de man gaat door de maag.’

Ze glimlacht.

 

2. Ochtendgloren

 

Ze  ontwaakt uit een weldadige slaap. De exquise maaltijd van de vorige avond is haar zeer goed bevallen. Toch knaagt er iets: een vreemde pijn in de buurt van de hartstreek maakt haar onrustig. Ook voelt ze een kriebeling in haar luchtpijp; een hevige hoestbui is het gevolg. Langzaam dringt het besef door dat ze haar voorraad liefde voor langere tijd heeft afgegeven in depot. Is het eigenlijk wel liefde of heeft ze medelijden en vrijgevigheid daarvoor aangezien? ‘Stop met piekeren', spreekt ze zichzelf toe. 

 

Ze springt haar bed uit en laat een flinke plens koud water over haar gezicht lopen. In de ochtendstilte klinkt het geluid van de deurbel oorverdovend hard. Zal ze opendoen of de bel gewoon negeren?

 

3. De keuze

 

Madeleine staat oog in oog met een kleurig uitgedoste man die een grote koffer draagt.

‘Neemt u me niet kwalijk, mevrouw, ik beheer het depot liefde bij notaris Verhoeven. Uw voorraad is helaas besmet; het zuiveringsproces zal een jaar in beslag nemen. Tot zolang kunt u er niet over beschikken.’

‘Maar, als ik mijn liefde eerder nodig heb?’

‘Laat me binnen, alstublieft, ik bied u iets aan ter vervanging.’

 

Hij opent zijn koffer waarin zich houten totemdieren bevinden.

‘U mag er één uitkiezen en deze een jaar behouden. Denk er goed over na.’

U hebt de keuze uit een uil, die wijsheid symboliseert, een adelaar, symbool van kracht of een kraanvogel, teken van schoonheid.’

 

4. Berusting

 

Ze  kijkt naar de beeldjes van de uil, de adelaar en de kraanvogel. Slechts één ervan mag ze kiezen. De kraanvogel, symbool van de schoonheid, trekt het meest. Maar wat is schoonheid zonder liefde waard? Door haar hoofd speelt het metrum van een oud versje:

 

‘Wie telkens in de spiegel kijkt

en zich met schoonheid vleit

ontdekt de ware schoonheid niet

maar jaagt naar ijdelheid.’

 

Maar zijn wijsheid en kracht ook niet ijdel als de liefde ontbreekt? Een onmogelijke keuze. Kracht zou ze goed kunnen gebruiken nu, maar wat heeft ze eraan zonder in staat te zijn te genieten van mooie dingen? Ze pakt het beeldje van de uil:

‘Met jouw wijsheid zal ik het moeten doen het komende jaar.’

Een gevoel van droefheid bevangt haar.

 

5. Balans

 

Madeleine bekijkt het beeldje van de uil: wat heeft de wijsheid haar opgeleverd deze eerste maanden? Welke wapenfeiten kan ze op haar lijstje plaatsen?

Allereerst: volledige rust in het hoofd, een serene stilte die weldadig aanvoelt. Geen gejaagdheid, niet meer het gevoel achter de tijd aan te rennen.

Ook is de voortdurende twijfel verdwenen, nu ze weloverwogen haar beslissingen neemt. Ze straalt die kalme zelfverzekerdheid ook naar anderen uit; ze vragen haar steeds vaker om raad. Ze heeft daardoor zelfs promotie gekregen op haar werk.

‘Dank je wel uil, ik ben blij dat ik voor jou gekozen heb.’

 

Toch knaagt het vanbinnen, vooral ’s nachts, wanneer verlangens naar ongeremde vrolijkheid, warmte en vlinders in haar buik de kop opsteken

 

6. Kracht

 

‘Toeval bestaat niet,’ zegt hij, als ze elkaar onverwacht op straat tegenkomen. Madeleine kijkt op: daar staat de man met de koffer.

‘Nu ik je zie, wil ik een aanbod doen: je mag de uil ruilen voor de adelaar of de kraanvogel.’

Het voelt als verraad als ze spontaan uitroept: ‘Ik kies de adelaar.’

Ze overhandigt hem de uil en als ze de adelaar overneemt, stroomt de energie als een frisse wind haar lichaam binnen. 

 

Haar humeur is flink opgevijzeld als ze -overborrelend van ideeën – haar werk bereikt. Ze spoort haar collega’s aan nieuwe kansen te grijpen. Verbeeldt ze het zich of kijken haar vrouwelijke collega’s haar bevreemd aan? En fluistert Frans nu echt:

’Madeleine is agressief vandaag.’

Ze huivert.

 

7. Ontheemd

 

‘Mensen, ik ga ervandoor,’ roept Madeleine, ‘ik heb het gevoel dat ik mijn energie beter kan besteden.’ En weg is ze, haar collega’s in verbazing achterlatend. ‘Ik keer niet meer terug’, zegt ze hardop tegen zichzelf. Ze stapt naar de fietsenwinkel, koopt een racefiets en rijdt vervolgens in een razendsnel tempo regelrecht naar zee.

 

Haar fiets gooit ze op het strand en ze loopt naar de golven. Het geluid van de aanrollende golven doet het bloed in haar aderen sneller stromen.

Ze werpt haar kleding uit en rent in zee. Met krachtige slagen zwemt ze een eind weg. Even helemaal niets: geen mensen om zich heen, geen zorgen. Slechts de kracht van de adelaar. Ontheemd is ze, maar intens gelukkig.

 

8. Schoonheid

 

Verkwikt verlaat Madeleine het strand en stapt op de fiets. Het begint al te schemeren als ze in de verte het bos ziet waar ze als kind vele uren heeft doorgebracht. Even uitrusten bij de Sterrenvijver: deze naam heeft ze ooit bedacht, omdat er acht paden stervormig op uitkomen. Ze neemt plaats op een bankje en sluit haar ogen…

 

Welluidende harpmuziek streelt haar oren, daarbij een stem zo zuiver dat heimwee haar bevangt. Ze ziet een man met een rode hoed:

‘Wie bent u?’

‘Ik ben Elegiacus. ik zing over mijn verloren geliefde. Zo is ze weer heel dicht bij me.’

‘Wonderschoon.’

‘Plato schreef al: Schoonheid is zichtbaar geworden liefde.’

Als ze naar omhoog kijkt, ziet ze een kraanvogel voorbijvliegen.

 

@Nel Goudriaan