Tot de maan en terug

Tot de maan en terug

 

De stenen trap naar de klokkentoren lijkt eindeloos. Traag loopt Marius naar boven, alsof hij het moment van binnenkomst zo lang mogelijk wil uitstellen. Bij het zien van het carillon verstijft hij even. Hij neemt plaats op het bankje en legt zijn vuisten op de stokken die verbonden zijn met de gietijzeren klokken. De knokkels van zijn handen zijn rood en verweerd, ze dragen de sporen van het zware werk. Maar vandaag weigeren ze te spelen. Hij had er intens naar verlangd dat zijn liefde voor de muziek weer zou terugkomen bij het zien van zijn vertrouwde instrument. IJdele hoop.

Met zijn ellenbogen leunt hij op zijn knieën; hij klemt zijn hoofd tussen zijn handen.

Achter hem klinkt de stem van zijn vriend Dirk: ‘Jij hier, jongen? Goed dat je er weer bent. Ik heb koffie met koek meegenomen.’ Hij draait de dop van de thermoskan open. ‘Ook een bakkie?’

Zonder een antwoord af te wachten schenkt Dirk twee mokken vol. Uit zijn tas pakt hij twee spritsen. ‘Alsjeblieft, neem er ook een.’

Even lijkt alles weer net als vroeger. Hoe vaak hebben ze zo niet bij elkaar gezeten. De een luisterend naar het spel van de ander.

De vraag van Dirk komt aan als een mokerslag: ‘Marius, wil jij vanavond om negen uur het carillon bespelen?’

 ‘Het is te vroeg, ik kan het nog niet.’ Zijn hart bonkt wild, hij klemt zijn handen om de koffiemok.

‘Eens zul je je leven weer moeten oppakken.’ Dirk legt een arm om zijn schouder. ‘Ik begrijp dat het moeilijk voor je is.’

Marius drinkt een slok van zijn koffie, de koek is inmiddels verkruimeld in zijn handen. ‘Ik weet het niet.’

‘Het zal je goeddoen, jongen. De bewoners van de stad missen jouw prachtige spel.’

‘Het zal wel.’

Een beiaardier heeft geen zicht op zijn publiek. Het leven op straat gaat gewoon door, terwijl hij hoog in de toren zijn melodieën speelt.

 

Elke avond had ze hem opgewacht bij het raam van hun woning aan het kerkplein. Michelle was de enige die voor hem applaudisseerde en hem een hartverwarmende glimlach schonk. Het beeld van de laatste keer dat ze daar stond in het licht van de volle maan, staat nog steeds scherp op zijn netvlies getekend. Ze droeg een witte jurk met paarse bloemen.

‘Je mag een wens doen,’ fluisterde ze.

‘Wat heb ik nog te wensen, ik houd van jou tot de maan en terug. Meer heb ik niet nodig.’

Haar blik kreeg een zweem van droefheid die hij niet eerder bij haar zag. Hij nam haar in zijn armen en zei: ‘Wees niet verdrietig. Voor jou zal ik de mooiste melodieën spelen, elke keer weer.’

Ze glimlachte. ‘Kijk, hoe mooi de maan is, rond als een cirkel.’

De torenklok lichtte op in de duisternis.

‘Vanavond speel ik alleen voor jou,’ had hij gezegd. Met lichte tred beklom hij de trap naar de klokkentoren. Zijn losjes gebalde vuisten dansten over de toetsen van het stokkenklavier:

Michelle, ma belle

These are words that go together well

Maandenlang lag Michelle in het hoog-laagbed voor het raam. De glimlach om haar mond verdween in de loop van de tijd. Haar blozende wangen werden bleker. Ze applaudisseerde nog steeds, maar gaandeweg klonk dat steeds zwakker. De laatste weken sliep ze als hij terugkwam van het bespelen van het carillon. Die fatale avond kwam hij thuis en streelde haar wangen. Ze waren ijskoud, haar wasbleke gezicht staarde nietszeggend de ruimte in.

Het carillon heeft hij sinds die dag niet meer bespeeld.

 

Dirk doorbreekt zijn gepeins: ‘Zeg het me als je je bedenkt. Vergeet niet dat ik er voor je ben. Je mag me altijd bellen, dag en nacht.’

Marius knikt. Zijn vriend is een man die geen loze woorden spreekt. Ook in de moeilijkste periode liep hij af en toe binnen en wist precies wanneer hij te veel was.

‘Weet je, Dirk, de glans van de muziek is verdwenen nu zij er niet meer is. Mijn muze. Als ik speelde, wist ik dat zij luisterde.’

‘Ik gun jou de eer om te spelen op deze laatste dag van de avondklok. Zij zou gewild hebben dat je doorging met spelen.’

Precies op dat moment schijnt de zon door het raam naar binnen. Een milde gloed verlicht de klokkentoren. Alsof Michelle hem bemoedigend toelacht.

‘Ik doe het.’

 

’s Avonds half negen loopt hij over het plein naar de kerk. Het is er drukker dan de voorafgaande dagen. Er hangt een sfeer van blijde verwachting.

Voor de tweede keer die dag beklimt hij de trap naar de klokkentoren. Zijn vuisten bewegen zich over het klavier.

Michelle, ma belle

Negen uur. De laatste klanken sterven weg. Hij daalt de trap af en sluit de zware deur. Iemand begint te klappen. Steeds meer mensen vallen in. Het klappen zwelt aan tot een verlossend applaus, dat nazindert in de koele avondlucht.

Heldere sterren verlichten de hemel. Rondom de kerktoren cirkelen zwaluwen. Marius knijpt zijn ogen tot een spleet. Daar staat ze in het licht van de volle maan. Haar witte jurk waait op en spreidt zich als de vleugels van een vlinder.

 

 © Nel Goudriaan, juni 2022

De afrekening

Niemand in haar omgeving kende haar voornaam. De buurtbewoners noemden haar Mevrouw Groen. Met haar kwieke, jeugdige verschijning deed ze haar naam eer aan. Ze had een kordaat loopje, een gezonde roze kleur, een nog bijna rimpelloze huid en sprankelende ogen. Haar witte haren glansden in de zon. Een lieve glimlach gaf aan haar gezicht een zachte uitstraling.

Ze deed de boodschappen nog steeds zelfstandig. Fier rechtop liep ze met een boodschappenkarretje naar de nabijgelegen supermarkt en groette de voorbijgangers vriendelijk. Ze verzorgde zelf haar weelderige rozentuin die een lust voor het oog was.

 

Tot zover is er niets aan de hand.

Dit lijkt een verhaal te worden over een lieve, oude dame die hoogstens kampt met gevoelens van eenzaamheid. Ze zou misschien af en toe de weg kwijt zijn, omdat haar geest niet meer zo helder is als vroeger. Of ze verwaarloost zichzelf en kwijnt langzamerhand weg. Haar tuin verwordt tot een wildernis, waarin de rozen nauwelijks nog zichtbaar zijn.

Haar leven zou zich zoetjesaan naar het einde bewegen – ze heeft de respectabele leeftijd van negentig jaar inmiddels bereikt- en dorpsbewoners zouden haar helpen met haar tuin en de boodschappen. Achter haar baar zou een stoet dorpelingen lopen om haar de laatste eer te bewijzen en mensen zouden zoete herinneringen aan haar bewaren.

 

Het liep anders. Op een gewone dinsdagmorgen zette mevrouw Groen koffie, ze vulde haar kopje tot driekwart en schonk er een wolkje melk bij. Ze knabbelde tevreden op een Mariakaakje en nam een slok van haar koffie.

De bel klonk: luid en duidelijk. Ze schrok, wie kan dat zijn? De buren liepen meestal gewoon achterom, ze wisten dat de sleutel onder de voordeurmat lag.

Een druppeltje zweet parelde op haar voorhoofd en haar hart klopte sneller dan normaal.

 

Slechts één keer in haar leven is ze zo geschrokken. Ze kon zich de dag nog heel goed voor de geest halen. Haar man leefde nog, toen de bezoeker zich aandiende. Ze had hem onmiddellijk herkend.

‘Ik kom terug, ik zal je altijd weten te vinden,’ waren zijn laatste woorden.

 

Nu was het moment aangebroken dat ze steeds had gevreesd. Ze overwoog nog even om zich te verstoppen in de kledingkast; het zou alleen maar uitstel van de executie betekenen. Hij zou terugkomen, zeker nu hij haar nieuwe adres gevonden had.

Nogmaals galmde de bel, een dwingend geluid. Ze stond op, liep de gang in en opende de deur. Met zijn blik doorboorde hij haar, zijn stem klonk afgemeten. ‘Deze keer ontkom je me niet, je zult eindelijk boeten voor het leed dat je mijn familie hebt aangedaan. Ze zouden eens moeten weten, hier, in deze keurige buurt, wat jij voor een vrouw bent.’

Haar hart bonsde wild, ze moest happen naar adem.

‘Krijg het maar flink benauwd, dat verdien je. Jij kon onder je straf uitkomen door je advocatenvriendjes in te zetten. Jouw zogenaamde groene middel om onkruid te verdelgen heeft de grond van mijn familie totaal vergiftigd. Erger nog, jouw gif was de oorzaak van de dood van mijn opa en oma. Ik begrijp niet dat je met jezelf kunt leven. Moet je jezelf nu eens zien staan met je blozende, welgedane kop.’

‘Het spijt me …’

‘Haha, laat me niet lachen. Jij weet niet eens wat het woord “spijt” betekent. Je bent gewetenloos en belust op geld, Ca-tha-ri-na Groen.’

Hij sprak elke lettergreep van haar voornaam nadrukkelijk uit. Het voelde alsof hij haar met een moker op het hoofd sloeg. Het was lang geleden dat iemand haar zo noemde. Haar man noemde haar altijd liefkozend “Kaatje”.

‘Laten we ter zake komen,’ zei hij. Hij nam een papier uit zijn aktetas. ‘Jij nodigt me uit binnen te komen en tekent deze afscheidsbrief in tweevoud. De rest vertel ik je als we aan tafel zitten.’

Hij deed een stap naar voren, zij moest hem wel doorlaten.

Ze las de brief, tekende met haar voor- en achternaam en dronk van het flesje dat hij haar aanreikte.

‘Dit hebben we altijd bewaard, als bewijs,’ zei hij, voordat hij de kamer verliet.

 

Na enkele dagen vond een ongeruste buurman haar, onderuitgezakt op haar stoel. Haar gezicht wasbleek, haar mond vertrokken in een vreemde grimas. Op tafel lag een brief met haar handtekening. De inhoud schokte hem diep.

‘Wie was jij achter je masker, Catharina Groen?’ riep hij uit.

Op tafel stond een vaas verlepte rozen uit eigen tuin. De roze blaadjes kleurden bruin.

 

De volgende dag stond een klein berichtje op de vierde pagina van de ochtendkrant:

 

Gifzaak Breezand opgelost

 

De negentigjarige Catharina B. heeft na jaren erkend dat de onkruidverdelger uit haar fabriek een gevaarlijk gif bevatte. In haar afscheidsbrief schrijft ze dat ze haar vermogen nalaat aan de familie B. die destijds tevergeefs een proces tegen haar aanspande.

 

De dorpsbewoners waren geschokt. ‘Zo’n lieve, aardige vrouw, hoe is het mogelijk?’

Een paar buurvrouwen trokken met snoeischaren naar de tuin van mevrouw Groen. Na een half uur was er geen roos meer te bekennen. Er restten alleen kale struiken vol dorens.

Tijdens de stille begrafenistocht liepen de buurtbewoners achter de baar en strooiden de rozen uit. De vertrapte blaadjes vormden een lang roze spoor op het grijze asfalt.

 

© Nel Goudriaan februari 2022

Met de billen bloot

Met de billen bloot

 

‘Je schrijft te braaf. Gooi de schaamte van je af en het wordt een eerlijker verhaal.’ Uitdagend kijkt Jerry me aan. Hij is niet alleen jong, knap en gespierd, maar ook de meest getalenteerde van de schrijfgroep. Waarmee hij mij in alle opzichten aftroeft.

Hetty, onze schrijfdocente, probeert de boel te sussen. ‘Jerry, we hebben hier respect voor elkaars eigen stijl.’

‘Haar verhalen sprankelen niet. Ze knappen ervan op als ze zich niet zo krampachtig aan de regels houdt. Beschouw dat als een compliment, Julia. Je hebt het in je.’

Hij knipoogt naar me. Diep in mijn hart weet ik dat Jerry gelijk heeft. Fantasie heb ik genoeg, maar als ik aan het schrijven ben, zijn er altijd die remmingen. Welgevormde zinnen, zonder spanning, waardoor mijn verhalen aan de oppervlakte blijven.

‘Het is genoeg geweest voor vanmorgen,’ zegt Hetty. ‘Voor vanmiddag staat er iets bijzonders op het programma: een ontspannende berkensessie in de sauna.’

Ik weet niet goed wat ik kan verwachten, maar verheug me alvast op de sauna. Al vind ik het niet prettig dat Jerry mijn lubberende lijf in volle glorie zal zien.

 

Een vrouw in een kort zwart rokje wacht de groep op. Opgewekt dirigeert ze ons naar de saunaruimte. ‘Goedemiddag, ik ben Sara. Welkom allemaal. Zoek een plekje in de kring en neem plaats op je handdoek.’

De bankjes staan opgesteld in een kring. Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe Jerry zijn badlaken stevig om zijn lijf klemt. Heeft hij iets te verbergen met dat prachtige lijf van hem?

Hij aarzelt en gaat als laatste zitten. Op de enige lege plek. Naast mij. ‘Moet dit nu?’ bromt hij.

‘Het wordt nog veel erger, die sauna is loeiheet,’ zeg ik geamuseerd.

‘Dames en heren, stilte alstublieft. Wij gaan vanmiddag met elkaar een mooi proces aan. Daal af in jezelf. Laat alles los, adem diep en laat je buik maar hangen, hier mag het. Leeftijd speelt geen rol. Je kan hier zijn wie je bent. Je hoeft alleen maar te ademen.’

‘Ik trek dat niet, die onzin,’ mompelt Jerry.

Ik lach naar hem. ‘Geef je eraan over. Stof voor een nieuw verhaal.’

Sara doopt berkentakken in gloeiendheet water, loopt de kring rond en zwaait met de takken. Aangename geuren stijgen op.

‘Wie durft?’ vraagt ze. Vlak voor me houdt ze stil. Ik fluister tegen Jerry: ‘Dit is iets voor jou. jij bent toch de schaamte voorbij?’ Hij wendt bruusk zijn hoofd af en kijkt stuurs voor zich uit.

 Dit is mijn kans revanche te nemen. Wat heb ik te verliezen? ‘Ik durf wel,’ zeg ik met krachtige stem.

Wild zwiept de berkenvrouw de takken vlak langs mijn lichaam. ‘Voel hoe je wordt opgenomen in het ritme van de takken. Jij bent de sterke stam. Laat je innerlijke kracht stromen.’ Een tak striemt over mijn borsten en een felle pijnscheut trekt door mijn lijf. Tranen rollen over mijn wangen. ‘Goed zo,’ zegt Sara. ‘Dit is de ontlading, de weg naar je diepste zelf.’

Een ongekende woede welt in me op. Ik laat me slaan door een wildvreemd wijf met loze praatjes! Mijn diepste zelf wil onmiddellijk naar buiten. Weg uit deze broeierige ruimte. Ik sta op en verlaat de sauna.

Jerry volgt me. Hij tikt me op mijn schouders. ‘Jij bent een moedig wijf, dapperder dan ik. Je komt er wel.’ Hij glimlacht verlegen. “Kom, we nemen samen een ijskoude douche. Dapper, eerlijk en schaamteloos.’

 

© Nel Goudriaan, juli 2022